Opbouw in pastel:
•
fase 1 - Opzet: in deze fase ga ik net zo lang door
tot de verhoudingen nauwkeurig in schetslijnen er op staan en ik
het gevoel heb dat ik het dier qua gevoel 'te pakken' heb.
•
fase 2 - Basis-laag: De ogen werk ik als eerste helemaal uit (in
dit geval de oogspleten). Pas
als deze goed zijn, ga ik verder. Anders zal het portret nooit lijken.
Daarna breng ik op het gehele dier een basistoon op.
Bij dit portret gebruikte ik paars (!), donker blauw en veel bruintinten. Ook al is
de kat grotendeels grijs, net als bij olieverf bouw ik de kleur op en
geef ik het portret meer stevigheid.
•
fase 3 - Uitwerking: alle contrasten leg ik nu aan. De zwarten en
lichtere grijstinten breng ik nu met aan. De
pastelpotloden zijn harder dan de krijt variant en dus ideaal om in
de basiskleur van de vorige fase de vachtstructuur aan te brengen. De
hooglichten breng ik nog niet aan. In deze fase kies ik de kleuren die
dicht bij de echte vachtkleur liggen.
•
fase 4 - Achtergrond: heel belangrijk. Maak nooit het dierportret helemaal
gedetailleerd af voordat de achtergrond er staat. Herhaaldelijk kun je dan
weer overal aan de slag. Zoals de bovenste foto laat zien, de
kat staat er op, daarna breng ik met grove vegen de achtergrond aan
-foto eronder- . En zie het portret lijkt al bijna klaar! Als je
te lang door gaat met alleen het dier uitwerken valt hij van het
portret af, en ben je het geheel van dier/omgeving kwijt. Pas als
alles wat je wilde tekenen er op staat kun je werken aan detaillering.
Anders blijft het portret in de techniek hangen, en zal de kijker
nooit verder kijken dan de streepjes en details. Een goed portret moet
treffend zijn.
•
fase 5 - Afwerking: het leukste van
alles: de hooglichten! In deze fase begint het portret echt te leven. Her
en der hooglichten, licht-blauwe accenten of
andere details die het geheel doen trillen.
Het portret begint nu zijn eigen
verhaal te vertellen. Zodra ik dat gevoel krijg is het duidelijk:
"je kunt stoppen, het
portret is klaar."


|